Skip Navigation Links
Plant courant
Specialist
Aqua - waterplanten
Aqua - vijvervis
Aqua - vijvertechniek
Botanica - kust & polder
Botanica - taaie planten
Botanica - nieuwe tuinplanten
Inspiratie - demotuin, kniptuin, arboretum
Inspiratie - agenda, tuinreizen, cursussen
Inspiratie - webstekjes
Plantendokter
Advies en tuinontwerp
Bloembakken aan zee
Workshops bloemschikken
Coordinaten & plan

Peter en Els
De Coninck - Van Cauteren
Iepersesteenweg 112
8630 Veurne
tel 058/31 33 35
fax 058/31 52 39
info@aquabotanica.be

Openingsuren:
Maandag tot vrijdag
8u-12u en 13u-18u
Zaterdag
9u-12u en 13u-18u
Gesloten op dinsdag,
zon- en feestdagen



Azara microphylla - Ammophila arenaria - Lycium halimifolium - Baccharis halimifolia   

Aquabotanica, uw specialist in taaie planten voor kust en polder. Workshops bloemschikken. Plantendokter. Biologische Vijverfilters. Winnaar Agrafiekprijs 2009

Welkom op onze OPEN TUIN DAGEN van 18 tot en met 27 september 2010

 

PLANTEN, WE KUNNEN NIET (GE)ZONDER !


Maak een ontdekkingsreis door de b(l)oeiende plantenwereld bij Aquabotanica

tijdens onze

OPEN TUIN DAGEN

van zaterdag 18 tot en met maandag 27 september 2010


Maak kennis met taaie en sterke planten die weerstaan aan zoute wind, hitte, droogte, storm, verwaarlozing, vandalisme... .


Hoor het verhaal achter deze planten afkomstig uit alle windstreken met een vergelijkbaar klimaat als het onze.


Maak eindelijk komaf met de rosse buurt! Weg met die zieke tuinplanten.

Tover uw tuin om tot een frisse en groene oase vol geur en kleur.

De bouwstenen van uw tuin zijn onze troetelplanten,

profiteer tevens van de 10 % extra korting bij aankoop ervan.


Peter, Els en medewerkers ontvangen u graag van 9 tot 18 u, Welkom !


De blauwe zeedistel

Deze wilde, blauwgrijze vaste plant van de zeereep is een lid van de schermbloemenfamilie (Apiaceae of Umbelliferae) waartoe tevens de selder, peterselie, kervel en venkel behoren, hoewel je dat op het eeste gezicht niet zou zeggen : alle andere zogenaamde distels zijn immers samengesteldbloemigen (Asteraceae of Compositae). De zeekruisdistel, zoals de plant ook nog wordt genoemd, is voorzien taai gestekeld 3 tot 5-lobbig en soms blauw generfd blad op kale sterk vertakte stengels. Zoals met alle woestijn- en kustplanten zijn de stekels een afweermiddel : deze planten staan op het menu van het passerend wild en weglopen kunnen ze niet… . Stengels en bladeren zijn voorzien van een waslaag die de plant tegen uitdroging en zilte waterpatten beschermt. Van juni tot september verschijnen blauwe bloemen in eindstandige hoofdjes omgeven door kraagvormige stekelige omwindselblaadjes. De blauwe zeedistel wordt tot 60 cm hoog, en is in onze duinen beschermd. Hij werd immers vroeger nogal vaak uit de duinen meegenomen omdat de bloemen zeer lang houden in bloemstukken. Dank zij die bescherming kan je hem nu weer vaker aantreffen. De karakteristieke vrucht heeft borstelige schubben.

In de winter verdwijnen de bovengrondse delen en leeft de plant op de reserves opgestapeld in de lange wortelstokken. Aldus zijn deze wortels zeer rijk aan suikers en werden vroeger gebruikt als smaakstof. De lange wortels zorgen tevens voor een zeer goede vastlegging van het mobiele duinenzand. In de herfst kan je aan de voet van deze zeedistel, zoals trouwens ook bij andere kruisdistels, een lekkere champignon vinden : de kruisdisteloesterzwam of Pleurotus eryngii, die ook bij venkel te vinden is. De zoete wortel van de zeekruisdistel werd vroeger medicinaal gebruikt, als tonicum en afrodisiacum. Het sap van de plant werd gebruikt tegen spinnegif. Bij geelzucht en leverpijn biedt de plant soelaas, alsook bij nier- en prostaatziekten en maagklachten. In het westvlaams wordt de plant ook wel endloos genoemd, waarschijnlijk omdat de wortels eindeloos lijken… . Ervan werd tevens jam gemaakt en de jonge bladeren, knoppen en scheuten zijn eetbaar.

Met zijn grijze tint is deze vaste plant zeker een blikvanger in je tuin !

Peter


Hoera, driewerf (what's in a name) hoera. Gedaan met de werken, we zijn terug van alle kanten bereikbaar. De vijverafdeling draait op volle toeren, ook de beregening werkt dagelijks enige duizenden liter stadswater op de dorstige planten. Het enige dat blijkbaar geen water behoeft en nooit ziek wordt is het alomtegenwezige onkruid.

Wij zullen gesloten zijn op maandag 19 juli om een lang weekeindje mee te pikken.

We genieten nog steeds na van de schitterende tuinreis naar het Isle of Wight, in een uitstekend reisgezelschap. Zie hier de foto's en hier enige mijmeringen !

Het mooiste tuintje dat we er bezochten was 'The Old Rectory' van Louise en Derek Ness te Kingston, hier de foto's en dit is hun website. 

Gespot in onze duinen : de bokkenorchis  (Himantoglossum hircinum)   

Fraai en taai

Aan de kusten van Japan en Korea groeit een bijzonder taaie groenblijvende heester : de Rhaphiolepis umbellata. Deze dichte, ronde struik behoort tot de rozenfamilie, en sommige soorten hebben een rood uitlopend jong blad, zoals ook bij sommige rozen en Photinia fraseri of glansmispel het geval is.

De dikke, glimmende ovale bladeren zijn afgerond, sterk leerachtig en bieden aldus weerstand aan de hevigste stormwind. Momenteel begint de bloei : de voor de rozenfamilie typisch vijftallige witte bloemblaadjes, die aan appelbloesem doen denken, ontvouwen zich uit veelbelovende knoppen. Na de witte bloemen verschijnen in de herfst blauwzwarte bessen. De plant groeit zo’n 10 tot 20 cm per jaar om na 10 jaar tot maximum 1.5 meter hoogte te bereiken in ons klimaat. De plant is voor onze streken voldoende winterhard : op de kwekerij blijven ze zelfs in pot buiten overwinteren. In zachte winters bloeien de planten met tussenpozen wel twee a drie keer. Deze relatief onbekende heester is toch wel vooral een sterke plant voor de kust : de meest harde en vaak zoute zeewind wordt uitstekend verdragen. Ook in bloembakken, bijvoorbeeld op de aan sterke zeewind blootgestelde parking van de golfclub in De Haan ziet Rhaphiolepis umbellata er stralend uit. Zelfs op de waddeneilanden staan deze struiken na 10 jaar weer en wind in prima conditie, waar andere heesters het laten afweten. Een plaats in zon of halfschaduw op een normale tuingrond volstaat. De plant behoeft voor zijn normale ontwikkeling geen snoei, maar kan na de bloei bijgeknipt worden. Ook een rigoureuze verjongingssnoei is mogelijk.

Rhaphiolepis umbellata is het aanplanten meer dan waard, en niet alleen aan de kust !

Peter


Vroeg begonnen is half gewonnen…

Enkele struiken hebben in hun latijnse soortnaam het woord vroeg ofte ‘praecox’. Letterlijk betekent het vroegtijdig. Veel planten met die soortnaam zijn ‘vroeg uit de veren’: ze zijn vroeg in het jaar reeds in vol ornaat of in volle bloei. De meeste van deze vroegbloeiers zijn ook naaktbloeiers : de bloemen verschijnen op de takken vooraleer de bladeren ontloken zijn. Ze haasten zich om hun geslachtsorganen tentoon te stellen, precies op een ogenblik dat er zich nog geen bladerdak boven hen bevindt, én dat er nog maar weinig andere planten bloeien. Aldus kunnen ze als een van de eersten beroep doen op de reeds aanwezige insecten die ervoor zorgen dat de bloemen bestoven kunnen worden, zodat zich vruchten kunnen vormen waarin hun zaden wachten op verdere verspreiding.

De populaire Rhododendron praecox is een typisch vroegbloeiende alpenrooshybride van compacte groei. Al minder bekend is de Chimonanthus praecox : een eveneens bladverliezende struik uit China, voorkomend in het gebergte tot op 3000 m. De opgaande, meerstammige struik heeft sterk geurende bloemen en wordt daarom sinds lange tijd in tuinen aangeplant. Ook op water blijven de bloemen lang en goed geuren. De bladeren zijn lancetvormig met glanzende bovenzijde. De struik wordt tot 3 meter hoog.

De Stachyurus praecox of staartaar is nog zo’n vroegbloeier. Een zeer decoratieve bladverliezende struik met zoals de naam vermeldt een bloeiwijze die op een staartvormig aartje lijkt. Deze zijn 4 tot 10 cm lang en bevatten geelachtig witte, kleine klokvormige bloempjes in dichte trosjes. Deze struik groeit op 1800 m in het hooggebergte in Japan, waar ze 4 à 5 m hoog wordt. De zeer winterharde heester is in deze tijd van het jaar een echte blikvanger.

Andere vroeg- en naaktbloeiers zijn de gewone en de sneeuwforsythia of Abeliophyllum, de toverhazelaar (hamamelis), diverse Viburnum of sneeuwbalsoorten als de V. bodnantense ‘Dawn’ en V. farreri, en het peper- of miserieboomje (Daphne mezereum). Werkelijk uniek is de Edgeworthia chrysantha of de papierstruik, die naast zijn geurende cremegele bloemen nog een interessante schors heeft, waarvan in Japan speciaal papier wordt gemaakt.

Planten met pit !

 

De Pittosporum tenuifolium is een groenblijvende heester die zich in zijn oorspronkelijk groeigebied, in bossen langs de kust en het laagland van Nieuw Zeeland, ontpopt tot een kleine boom tot 8 m. De plant heeft zeer mooie glanzend bleekgroene blaadjes met golvende bladrand. Door de lichtweerkaatsing op het kleine blad schept deze heester een zeer speels effect in de tuin. In het late voorjaar verschijnen kleine chocoladekleurige bloempjes die absoluut onopvallend zijn maar 's avonds intens naar honing ruiken. Na de zomer kleuren de ronde vruchtjes zwart. Erin bevinden zich kleverige ronde zaadjes. De groeisnelheid bedraagt zo een 20 tot 25 cm per jaar, de groei is egaal en resulteert eerst in een mooie dichte zuilvormige en later ronde groeiwijze. Bij ons wordt de plant na 10 jaar 2 meter hoog. De takken en schors zijn zwart.

Er bestaan cultivars met bont en gekleurd blad; het grote voordeel hiervan is dat deze dank zij hun blad het jaar door kleur in de tuin brengen. Precies door het fraaie blad zijn deze heesters zeer gegeerd bij bloemschikkers. Bij oudere planten kan het blad langwerpig worden en tot 8 cm lang.

De plant verdraagt goed snoeien en leent zich dan ook voor dichte hagen. Ook als solitairplant, scherm of windkering zijn ze bruikbaar, uiteraard ook als leverancier van snijgroen. Een Nederlandse naam heeft de plant nog niet, maar kleefzaad zou dit geslacht goed passen; de Maori noemen de plant Tawhiwhi of Kohuhu. Best gedijt Pittosporum op een open plek in de zon. De planten verdragen onze winters goed. Op de kwekerij kan je enkele oudere exemplaren bekijken. Bovendien weerstaat Pittosporum zilte zeewind.



        

DE WELRIEKENDSTE


Momenteel staat de Lonicera fragrantissima in bloei. Normaal bloeit deze struik op het naakte hout, maar in zachte winters zoals deze is de plant nog redelijk goed in blad. In 1845 bracht de engelse plantenjager Robert Fortune deze heester mee uit China. De struik kan tot 2 m hoog en 3 m breed worden. Van de heesterachtige kamperfoeliesoorten geurt deze soort het sterkst. Vandaar de soortnaam die letterlijk de meest welriekende betekent. In de winter en vroeg in de lente krijgt de plant korte, crèmewitte bloemen. De bessen verschijnen in mei en zijn donkerrood. Zoals bij de meeste naaktbloeiers verschijnt het ovale donkergroene blad na de bloei. Deze plant is winterhard en draagt bloemen op scheuten van het vorige seizoen. Hij wordt dan ook na de bloei gesnoeid : oude en zwakke scheuten tot op de grond verwijderen, en van de rest een op de drie scheuten inkorten tot vlak boven nieuwe opgaande scheuten.

Bij het snoeien dienen we er steeds voor te zorgen een evenwichtige vorm na te streven en de natuurlijke vorm niet te bederven. Deze struik kan eveneens worden toegepast als muurbegroeiing, zoals ook vaak de Amerikaanse sering of Ceanothus en vuurdoorn of Pyracantha worden toegepast. Het voordeel van deze toepassing is dat je de zoete bedwelmende parfum van de bloemen dan iets dichter bij huis hebt !

Peter