Planten met pit !

De Pittosporum tenuifolium is een groenblijvende heester die zich in zijn oorspronkelijk groeigebied, in bossen langs de kust en het laagland van Nieuw Zeeland, ontpopt tot een kleine boom tot 8 m. De plant heeft zeer mooie glanzend bleekgroene blaadjes met golvende bladrand. Door de lichtweerkaatsing op het kleine blad schept deze heester een zeer speels effect in de tuin. In het late voorjaar verschijnen kleine chocoladekleurige bloempjes die absoluut onopvallend zijn maar 's avonds intens naar honing ruiken. Na de zomer kleuren de ronde vruchtjes zwart. Erin bevinden zich kleverige ronde zaadjes. De groeisnelheid bedraagt zo een 20 tot 25 cm per jaar, de groei is egaal en resulteert eerst in een mooie dichte zuilvormige en later ronde groeiwijze. Bij ons wordt de plant na 10 jaar 2 meter hoog. De takken en schors zijn zwart.
Er bestaan cultivars met bont en gekleurd blad; het grote voordeel hiervan is dat deze dank zij hun blad het jaar door kleur in de tuin brengen. Precies door het fraaie blad zijn deze heesters zeer gegeerd bij bloemschikkers. Bij oudere planten kan het blad langwerpig worden en tot 8 cm lang.
De plant verdraagt goed snoeien en leent zich dan ook voor dichte hagen. Ook als solitairplant, scherm of windkering zijn ze bruikbaar, uiteraard ook als leverancier van snijgroen. Een Nederlandse naam heeft de plant nog niet, maar kleefzaad zou dit geslacht goed passen; de Maori noemen de plant Tawhiwhi of Kohuhu. Best gedijt Pittosporum op een open plek in de zon. De planten verdragen onze winters goed. Op de kwekerij kan je enkele oudere exemplaren bekijken. Bovendien weerstaat Pittosporum zilte zeewind.
DE WELRIEKENDSTE

Momenteel staat de Lonicera fragrantissima in bloei. Normaal bloeit deze struik op het naakte hout, maar in zachte winters zoals deze is de plant nog redelijk goed in blad. In 1845 bracht de engelse plantenjager Robert Fortune deze heester mee uit China. De struik kan tot 2 m hoog en 3 m breed worden. Van de heesterachtige kamperfoeliesoorten geurt deze soort het sterkst. Vandaar de soortnaam die letterlijk de meest welriekende betekent. In de winter en vroeg in de lente krijgt de plant korte, crèmewitte bloemen. De bessen verschijnen in mei en zijn donkerrood. Zoals bij de meeste naaktbloeiers verschijnt het ovale donkergroene blad na de bloei. Deze plant is winterhard en draagt bloemen op scheuten van het vorige seizoen. Hij wordt dan ook na de bloei gesnoeid : oude en zwakke scheuten tot op de grond verwijderen, en van de rest een op de drie scheuten inkorten tot vlak boven nieuwe opgaande scheuten.
Bij het snoeien dienen we er steeds voor te zorgen een evenwichtige vorm na te streven en de natuurlijke vorm niet te bederven. Deze struik kan eveneens worden toegepast als muurbegroeiing, zoals ook vaak de Amerikaanse sering of Ceanothus en vuurdoorn of Pyracantha worden toegepast. Het voordeel van deze toepassing is dat je de zoete bedwelmende parfum van de bloemen dan iets dichter bij huis hebt !
Peter