
De keuze van waterplanten voor de vijver is geen eenvoudige taak. Allereerst dien je de keuze van de soorten af te stemmen op de grootte van de vijver. De persoonlijke smaak speelt eveneens een grote rol : over geuren en kleuren valt niet te discussiëren. Waar de ene persoon graag veel planten ziet, verkiest de andere dan weer om zoveel mogelijk wateroppervlak vrij te houden voor het zien van de vissen. Een vijver met koi zal dan weer weinig of geen planten bevatten : een koi doet zich immers graag tegoed aan waterplanten. Bij een koivijver zal men dan ook opteren voor een aparte plantenvijver, die met de visvijver in verbinding staat.
Het is raadzaam minimaal 1/3 van het wateroppervlak met planten te bedekken (dit kunnen ook drijfplanten zijn) : aldus voorkomt men de vorming van algen, loopt de temperatuur niet te hoog op in de zomer, en kunnen de vissen zich schuilen. Zuurstofplanten zijn eveneens noodzakelijk : hun bladgroenverrichting geeft onder water zuurstof af, noodzakelijk voor de aërobe nitrificerende bacteriën die de vorming van algen verhinderen en zorgen voor helder water. De planten zullen immers de door de bacteriën gevormde nitraten als meststof gebruiken en uit het water verwijderen.
Meestal worden die per bundel verkocht, verzwaard met een loodje. Deze kunnen als dusdanig in de vijver worden geplaatst, of gepoot in een mandje met vijvergrond en verzwaard met fijn grind. Op die manier wordt vermeden dat de vijvergrond gaat zweven en dat sommige vissen zoals goudvis en karper die nogal graag de vijverbodem omwoelen de zaak gaan verknoeien. Een vijftal bundels zuurstofplanten per kubieke meter water is een richtlijn.
Verder zijn er voor alle dieptes en zones in de vijver planten voorhanden, voor elk wat wils!
En een paar goudwinden in de vijver doen goed werk : deze echte jagers verorberen de muggenlarven en ander ongedierte die zich in het water bevindt. Ook bladluizen op het blad van waterlelies worden door deze actieve vissen verwijderd.
|