

Vijverkriebels…
Nu de temperatuur van het vijverwater weer wat hoger wordt herwinnen de vissen hun activiteit. Gedurende de winter bevinden zij zich op de bodem waar het water op een temperatuur van 4° C blijft, als de vijver minstens 1 m diep is. Water heeft immers de grootste dichtheid bij die temperatuur.
Daarom is het ook beter de vijverpomp gedurende de winter iets hoger in de vijver te plaatsen teneinde dit dieper gelegen water niet af te koelen.
De vissen kunnen geleidelijk opnieuw gevoederd worden vanaf het ogenblik dat het water 10-12°C warm is. Dit voederen gebeurt best met licht verteerbaar voeder dat niet ‘op de maag’ blijft liggen, zeker na een lange periode van niet voederen. Voer op basis van tarwekiemen is meest geschikt als opstartmenu. Vissen hebben een zeer kort maagdarmkanaal en goed verteerbaar voer is een must voor wie geen troebel water wil.
Na de winter is het nu ook belangrijk om opnieuw filterbacteriën toe te voegen : deze uiterst nuttige ééncellige organismen zullen zich nestelen en vermenigvuldigen in het Gletsjersubstraat en zullen daar opnieuw het basiswerk verrichten in de vijver : omzetten van overtollig organisch materiaal naar minerale verbindingen die dan door de vijverplanten als grondstof worden gebruikt. Deze bacteriën zijn zowel in vloeibare als droge vorm verkrijgbaar.
Het is na deze natte winter zeer waarschijnlijk dat de waterwaarden zoals de gezamenlijke hardheid, de carbonaathardheid en de zuurtegraad in ongunstige zin werden beïnvloed : regenwater is immers zacht water en dat is niet naar de zin van de meeste vijvervissen en planten. Meten is weten : laat je vijverwater testen; vul hiertoe een ledige waterfles volledig met vijverwater – onder water toedraaien zodat er geen lucht in de fles zit. Colaflesjes of bokalen zijn helemaal niet geschikt als recipiënt omdat de resten de meetwaarden teveel beïnvloeden.
|